Rosé in Italië

Ik weet nog goed dat ik zeven jaar geleden tijdens een vakantie in Italië om een rosé wijn vroeg. De ober van het restaurant waar ik samen met een vriendin zat, keek me aan met een zelfde blik als wanneer ik het waagde ’s avonds om een cappuccino te vragen. Toch kwam hij terug met een glas wijn. Wit. Hij schonk er wat rode wijn bij en voilà, daar was mijn rosé. Tijden keren gelukkig. Want wat zagen we afgelopen voorjaar in Italië? Rosé. Echte rosé.
Summer wine
Laat ik een ding voorop stellen. Er is niets mis met Italiaanse rode en witte wijn. Maar soms, op een terras in de zon, is het erg lekker om een glas koude rosé te drinken. En dat kan nu dus gelukkig ook in Italië. Grappig is dat de ober die ons de rosé schonk de wijn steevast ‘summer wine’ noemde in plaats van rosato, zoals het eigenlijk in Italië heet. Alsof hij er toch nog niet helemaal aan wilde geloven. Gek eigenlijk, want rosé is gewoon wijn, een product om trots op te zijn. Hoe wordt het eigenlijk gemaakt?



Toegankelijke wijn
Rosé wordt gemaakt van blauwe druiven. Soms (vaak bij prosecco-varianten) worden er witte druiven aan toegevoegd. De lichtrode kleur ontstaat doordat de schillen van de blauwe druiven minder lang bij het sap blijven dan wanneer je rode wijn bereidt. Hoe langer schil en sap samen zijn, hoe donkerder de kleur en hoe intenser de smaak. Daarom is rosé een makkelijk, toegankelijk wijntje, dat ideaal is om op warme dagen te drinken. Desondanks is rosé nog steeds minder populair dan haar rode en witte soortgenoten. Van de hoeveelheid wijn die wereldwijd geproduceerd wordt, is slechts 10 procent rosé. Frankrijk is de grootste producent, gevolgd door Portugal. En nu doet dus ook Italië mee. Opvallend is dat Italië veel rosé prosecco varianten produceert. Lekker licht met bubbels. Daar zeggen wij geen nee tegen!

Heb je tijdens het lezen van dit artikel zin gekregen in een lekker Italiaans rosétje?
Deze website plaatst cookies. Door het gebruik van onze site ga je hiermee akkoord. Zie ons privacy-statement.